Opkomst en ondergang van de Kaukasische, voorheen christelijke volkeren Gog en Magog
For English: The text below is a selection from the Commentary on Qur’an chapter ‘The Cave’ by Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra), the second successor to the Promised Messiah (a). (Start from ‘Commentary’)
Onderstaand artikel is een uitleg van het verhaal over Zol Qarnain en Gog en Magog in Koranhoofdstuk Al-Kahf (18, ‘de Grot’).
Het geestelijk heengaan van het christendom
De eerste verzen van Koranhoofdstuk 18 (De Grot) bieden een verslag van de ‘bewoners van de grot’. Ons wordt verteld dat in vroeger tijden, christenen waarachtige en rechtvaardige volgelingen waren van hun godsdienst. Zelfs in latere jaren, toen zij grote politieke macht verwierven, maar veel van hun eerdere vitaliteit en liefde voor het geloof verloren, raakten ze nog niet geheel en al losgeslagen van hun godsdienst. Want tot die tijd behielden ze nog enig geloof in Jezus (a), en was er nog geen nieuwe religie bekrachtigd [de Islam] waaraan God hun trouw zou eisen. (…) Met de komst van de Heilige Profeet (s) zou de eerste periode van welvaart en vooruitgang van de christelijke volkeren tot een einde komen. En hoewel het voor hen nog mogelijk zou blijven om enige vooruitgang te boeken, zouden ze het zenith van hun wereldlijke glorie en grandeur voor een tweede keer bereiken lang na zijn komst. Spiritueel zouden ze echter een dood volk zijn, en zonder het aanvaarden van de Heilige Profeet (s) zou er voor hen geen redding zijn. De tweede periode van pompeuze welvaart, en het geestelijke heengaan van het christelijke volk, wordt aangegeven in de Heilige Schriften door de fenomenale opkomst van Gog en Magog, die een centraal thema vormen in deze sura.
De stammen van de Kaukasus
Deze namen zijn gegeven aan bepaalde stammen die in het uiterste noord-westen van Azië en Oost-Europa woonden. Maar, zoals aangegeven in deze verzen, bouwde Zol Qarnain een enorme afscheiding die hun gang naar Azië verhinderde en hen dwong verder naar het Westen te trekken. Zo raakten ze ingesloten tussen het uiterste noord-westen van Azië en Oost-Europa en in plaats van door te dringen in Azië, verspreidden ze zich naar andere delen van Europa. Daar kwamen ze in contact met het christendom dat zij als hun religie aanvaardden.
Maar deze volkeren zouden nooit hun interesse verliezen in de vruchtbare grond van Azië, en zouden altijd een verlangen blijven voelen om deze te veroveren. Hun frustratie over het falen in dit verlangen werd dieper en dieper totdat het zich ontwikkelde tot een gevoel van politieke vijandigheid jegens de Aziatische volkeren, dat in de afgelopen drie eeuwen in al zijn volledigheid is losgebarsten. Zo leidde het werk van Zol Qarnain om deze volkeren de doorang naar Azië te verhinderen tot de spirituele rampen die onder de mensheid zijn aangericht door Gog en Magog. Omdat Gog en Magog en Zol Qarnain innig met elkaar verbonden zijn, wordt Zol Qarnain in de Koran genoemd met het verslag van de tweede periode van macht en welvaart van het christelijke volk, die in onze tijd wordt vertegenwoordigd door Gog en Magog.
![]()
Zol Qarnain, de Perzische profeet-koning Kores
Koning Kores (Engels: Cyrus) voldoet het meest aan de beschrijving die de Koran geeft over Zol Qarnain. Het eerste wat over Zol Qarnain gezegd wordt is dat hij een rechtvaardige dienaar van God was en hij gezegend was met openbaring. De Bijbel en de Koran zijn het hierover eens. De Bijbel vermeldt hem als volgt:
Zo zegt de HERE tot Zijn Gezalfde, tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb om volkeren voor hem neer te werpen: de lendenen van koningen ontgord Ik; om deuren voor hem te openen, geen poorten blijven gesloten. Ik Zelf zal vóór u uitgaan en de oneffenheden effenen; koperen deuren zal ik verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen. En Ik zal u geven de schatten der duisternis en de rijkdommen der verborgen plaatsen. (Jesaja 45:1-3)
De Bijbel over Gog en Magog
Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, den grootvorst van Mesech en Tubal; profeteer tegen hem en zeg: zo zegt de HERE God: zie Ik zál u, Gog, grootvorst van Mesech en van Tubal! Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger (…) ook Perzen, Ethiopiërs en Puteeërs allen met schild en helm. (Ezechiël 38:2-6)
Dit toont aan dat volgens de Bijbel, die onze voornaamste bron van informatie is over Gog en Magog, Rusland, Moskou [Mesech] en Tobolsk [Tubal] het thuisland zijn van deze volkeren, in de noordelijke streken.
Geschiedenis ondersteunt dit Bijbelse verslag over Gog en Magog. Magog is genoemd in Genesis 10:2 als de tweede zoon van Jafeth, tussen Gomer en Madai. Gomer vertegenwoordigt de Cimmeriërs in het oosten van klein-Azië en Madia vertegenwoordigt de Meden. Dus Magog moet een volk zijn ten oosten van de Cimmeriërs en ten westen van de Meden. Maar in de lijst van volkeren (Gen. 10) staat de term vooral voor de verzameling barbaarse volkeren in het verre noorden en noord-oosten in de geografische verkenning in het hoofdstuk. In Ezechiël 39:6 komt Magog voor als een noordelijk volk waarvan de leider Gog heet.
In het hoofdstuk Openbaring worden Gog en Magog genoemd als een algemene aanduiding voor de krachten van het kwaad. [De historicus] Josephus identificeerde hen als de Scythen, een naam die bij verschillende historici wordt gebruikt voor een aantal onbekende woeste stammen. Volgens Hiëronymus van Stridon was Magog gelegen voorbij de Kaukasus, nabij de Kaspische zee. Dit is ook dezelfde noordelijke regio waar de Scythen leefden. Herodotus geeft aan dat deze nomaden (de Scythen) door de natuurlijke toegangsweg kwamen tussen de Kaukasus en de Kaspische zee, de pas van Darband. (Jewish Encyclopedia, ‘Gog and Magog & Historians’, History of the World, vol. 2, p. 582)
Zoals we hebben gelezen in de Bijbel, veroverden Gog en Magog Perzië. En het is welbekend dat Perzië in handen viel van de Scythen of de keizer van de Meden die heerste over Ecbetanië, en het werd van hen verlost door Kores de Grote.(Historians’ History of the World, vol. 2, p. 589)
Zo wordt het duidelijk dat de Scythen oftewel Gog en Magog gebieden bewoonden ten noorden en noord-westen van de Zwarte Zee. En dat zij door de pas van Darband kwamen om de Perzen aan te vallen en te overheersen. Kores versloeg hen en verloste de Perzen uit hun klauwen.
Versperring tegen Gog en Magog
Voor wat betreft het laatste wat over Zol Qarnain wordt gezegd – dat hij een sterke muur bouwde om Gog en Magog de doorgang te verhinderen – vinden we dat precies op de plaats waar de Scythen volgens Herodotus doorgang vonden om Perzië aan te vallen, een muur stond; de beroemde Muur van Darband. De Encyclopedia Brittannica verwijst naar deze muur als volgt (onder ‘Derbent):
Derbent of Darband, een stad in Perzië in de Kaukasus, in de provincie Daghestan, op de westelijke oever van de Kapsische Zee … Ten zuiden ervan strekt zich de Kaukasische Muur uit naar zee, 50 kilometer lang en ook wel bekend als ‘de Muur van Alexander [de Grote]’, die de nauwe doorgang van de Stalen Poort of Kaspische Poort afsluit. Deze muur, die intact een hoogte had van 29 voeten [ca. 9 meter] en een dikte van ongeveer 10 voeten [ca. 3 meter], vormde met zijn stalen poorten en enorme wachttorens een indrukwekkende verdediging van de Perzische grens.
Dit geeft aan dat er een muur was die diende als een verdediging van Perzië tegen de Scythen in het noorden. Het wordt alom gedacht dat hij werd gebouwd door Alexander de Grote, maar dit volksgeloof wordt door de feiten weersproken. Alexander versloeg [de Perzische koning] Darius in de zomer van 330 v.Chr., maar deze overwinning gaf hem niet heerschappij over heel Perzië. (…) De militaire expedities van Alexander de Grote waren als een wervelstorm, en lieten hem niet de gelegenheid voor een enorm project als het bouwen van een reusachtige muur zoals deze. Het volksgeloof dat Alexander de muur bouwde, lijkt te zijn voortgekomen uit het feit dat moslimcommentaren op de Koran, Zol Qarnain voor Alexander de Grote hebben aangezien. (…)
Gog en Magog op aarde losgelaten
De woorden ‘maar wanneer de belofte van mijn Heer vervuld zal worden’ (18:99), tonen aan dat Kores door openbaring op de hoogte werd gebracht dat in de toekomst Gog en Magog weer naar het zuid-oosten zouden trekken en dat deze muur dan niet in staat zou zijn hun doorgang te blokkeren. En dit is de betekenis van de woorden ‘Hij zal dit uiteen doen vallen’. In 21:97 wordt ons verteld dat Gog en Magog hun tentakels over de hele wereld zouden uitstrekken. Als metafoor kan het ‘uiteenvallen van de muur’ ook duiden op de ondergang van de politieke macht van de Islam, vooral van de Turken in Europa. Met het verzwakken van de macht van de Turken werd de weg vrijgemaakt voor de christelijke volkeren van Europa om het oosten in bezit te nemen.
En op die Dag zullen Wij sommigen hunner tegen anderen laten opstaan en de bazuin zal worden geblazen. Dan zullen Wij hen allen tezamen verzamelen. (18:100)
Dit vers wil zeggen dat ten tijde van de opkomst van Gog en Magog, alle volkeren ter wereld zullen worden verenigd en de hele wereld zal worden als één land. Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk. Haat, venijn en onrecht zullen welig tieren. Dit verwijst duidelijk naar onze tijd. De onstuitbare opkomst van Gog en Magog of de christelijke volkeren van het westen is ook genoemd in [hoofdstuk 21, "de Profeten"]:
En voor een stad die Wij verdelgd hebben, is het een onherroepelijk gebod, dat het volk niet zal terugkeren. Zelfs wanneer Gog en Magog zullen worden losgelaten en zij komen aansnellen vanaf elke golf. (21:97-98)
Hier wordt vermeld dat deze volkeren elk obstakel zullen overkomen en alle machtsposities zullen innemen. Ze zullen zich snel over de aarde verspreiden door hun zeemacht (‘hadab’ in vers 21:97 betekent een hoge golf). Wanneer zij grote macht hebben bereikt en zich over de hele wereld hebben verspreid en alle volkeren der aarde hen eer betonen, zal Gods belofte over hun vernietiging in vervulling gaan. Gods straf zal zo plotseling komen dat ze volkomen worden verrast en in volslagen ontsteltenis en verwarring zullen ze bij zichzelf zeggen dat ze Gods straf nooit zo plotseling hadden verwacht. Vers 21:100 en 21:97-98 wijzen op het feit dat Gog en Magog niet door een gat in een muur zullen komen, maar over de golven van de zee, in stoomschepen, en alle zeeën ter wereld zullen beheersen. Ze zullen reizen over de zeeën en hun reizen zullen snel, gemakkelijk en comfortabel zijn. Deze profetie is op opmerkelijke wijze vervuld in onze tijd. De westerse christelijke volkeren hebben de top van wereldse macht bereikt. Hevig was hun opkomst en nog heviger zal hun ondergang zijn!
De ondergang van Gog en Magog
Het zal een vreselijke tijd zijn. Het vuur van de Hel zal worden aangestoken voor de zondaren (18:101). Volk zal opstaan tegen volk, koninkrijk tegen koninkrijk en de mens zal God vergeten. Diep gezonken in zonde en onrecht zal hij Gods straf over zichzelf afroepen. Het vers ‘Wier ogen gesluierd waren voor de herinnering aan Mij’ (18:102), betekent dat te dien dage, het aanbidden van God volledig zal zijn verdwenen vanuit het christelijke volk en dat de liefde voor Mammon de plaats van God zal hebben overgenomen in hun harten. Ze zullen hun Schepper volkomen zijn vergeten en zullen alles wat ze hebben bereikt toeschrijven aan zichzelf. De woorden ‘…en die zelfs niet konden horen’ betekenen dat hun harten zo roestig zouden worden dat zij elke verbondenheid met Gods woord zouden verliezen en zouden weigeren ernaar te luisteren.
De voorgaande verzen verwijzen naar de enorme materiële progressie en uitgebreide veroveringen van Gog en Magog – westerse, christelijke naties – en hun volkomen disrespect voor religie. We worden ook verteld dat ze zich, in de roes van hun politieke macht en militaire overwinningen, zullen overgeven aan een leven van genot en zonde en dientengevolge Gods toorn over zich zullen afroepen, zodat hun welvaart plaats zal maken voor achteruitgang en ondergang. Dan zullen ze zich, ontmoedigd en in wanhoop, zoals even wordt aangestipt in het visioen van Mozes [eerder in de sura], tot God wenden en zullen, bewust van hun vergissing, terugkeren tot ‘de samenvloeiïng van de twee zeeën’, met andere woorden, ze zullen de Heilige Profeet (s) aanvaarden. De volgende profetie uit de Bijbel vormt een passend vervolg op het verslag over Gog en Magog en geeft een idee van hun opkomst naar macht en grandeur:
En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot den oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee.(Openbaring 20:7-9)
Met de ‘duizend jaren’ worden bedoeld de duizend jaren na de Hijra, de vlucht van de Heilige Profeet (s) naar Medina in 622 n.Chr. Bovenstaande passage maakt met Ezechiël 38 en 39 duidelijk dat de opkomst van Gog en Magog zou beginnen in de 17e eeuw en dat deze in onze tijd zijn hoogtepunt zou bereiken.
Symboliek van Zol Qarnain
Het verslag over Zol Qarnain blijft incompleet totdat we begrijpen waarom het zo’n prominente plaats in de Koran heeft gekregen, terwijl het als een historisch feit niet direct op ons betrekking heeft en het vertellen ervan ons materieel noch geestelijk veel lijkt op te leveren. Echter, het is eerder om spirituele dan om materiële redenen dat het verhaal over Zol Qarnain zo’n prominente plaats heeft gekregen in het Heilige Boek. De Koran is geen geschiedenisboek. Verhalen over vroegere profeten en andere historische gebeurtenissen worden niet vermeld om ons op de hoogte te brengen van zaken die plaats hadden in het verre verleden. (…) [Het verhaal] bevat een grote profetie, dat net zoals in de 6e eeuw v.Chr., Kores Perzië redde van de rooftochten van Gog en Magog door een muur van steen tegen hen op te trekken, een andere Zol Qarnain de ziel van de mensheid zal redden van de moreel vernietigende rooftochten van de westerse christelijke naties, de afstammelingen van Gog en Magog. Hij zal deze grootse en nobele taak volbrengen met de hulp van Gods kennis en de tekenen die God door hem zal tonen. De werken van deze beide Zol Qarnains hebben een treffende gelijkenis, alleen die van de ene waren fysiek, en die van de andere spiritueel. De profeet Ahmad vertoonde veel fysieke en geestelijke gelijkenissen met de grote Kores. Zoals Kores werd hij de Messias genoemd en zoals hij was hij ook van Perzische afkomst. [‘Qarnain’ betekent ‘twee eeuwen’]. Kores was Zol Qarnain [Heerser van Twee Era’s] in de betekenis dat hij de heerser was van het tweevoudige Medo-Perzische Rijk en Ahmad (1835-1908) was Zol Qarnain in de zin dat hij getuige was van de aanvang van twee eeuwen van verschillende tijdperken.
Een rechtvaardige nieuwe wereldorde
Voorwaar, de gelovigen die goede werken doen, zullen de tuinen van het Paradijs tot onthaal hebben. (18:108)
Met de ondergang van de christelijke naties zal beginnen de vooruitgang van de moslims, en op de as van hun vergane glorie zullen de fundamenten van een nieuwe en betere wereldorde worden gelegd.
…
Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad, Khalifatul Masih II (rh), Tafsir al-Kabir (Groot Commentaar op de Koran, Engels / Arabisch, Islam International Publications Ltd., Tilford 1988), vol. 3, pp. 1531-1545. Het Korancommentaar is voor dit artikel bewerkt met tussenkopjes.
Lees de volledige bronteksten over het lot van Gog en Magog in The ‘nations of terror’ in Islamic prophecy