Gog en Magog in de Koran
Verleden
Men vraagt u betreffende Zol-Qarnain. Zeg: ‘Ik zal u zijn verhaal vertellen.’ (…) [Hij kwam] tussen twee bergen, waar hij een volk aantrof dat amper een woord verstond. Zij zeiden: ‘O Zol-Qarnain, Gog en Magog stichten onheil op aarde, mogen wij u dan schatting betalen mits gij een afscheiding tussen hen en ons opricht?’ Hij antwoordde: ‘De macht waarmee mijn Heer mij heeft bekleed is beter, doch gij kunt mij met lichamelijke kracht helpen. Ik zal tussen u en hen een sterke afscheiding oprichten. Brengt mij blokken ijzer.’ (Zij deden dit) totdat hij de ruimte tussen de beide rotsen had opgevuld; toen zeide hij: ‘Blaast.’ totdat (het ijzer) wit gloeiend werd, nu zeide hij: ‘Brengt mij gesmolten koper, opdat ik het er overheen giete.’ Derhalve waren zij (Gog en Magog) niet (meer) in staat er overheen te klimmen, noch waren zij bij machte er doorheen te graven. Hij zeide: ‘Dit is een genade van mijn Heer. Maar wanneer de belofte van mijn Heer vervuld zal worden, zal Hij dit uiteen doen vallen. En de belofte van mijn Heer is werkelijkheid. (18:84-99)
Opkomst en ondergang
En op die Dag zullen Wij sommigen hunner tegen anderen laten opstaan en de bazuin zal worden geblazen. Dan zullen Wij hen allen tezamen verzamelen. En Wij zullen op die dag de hel aan de ongelovigen tonen.Wier ogen gesluierd waren voor de herinnering aan Mij, en die zelfs niet konden horen. Denken de ongelovigen dat zij Mijn dienaren tot beschermers kunnen nemen buiten Mij? Voorwaar Wij hebben de hel bereid tot een onthaal voor de ongelovigen. Zeg: ‘Zullen wij u verhalen omtrent degenen die het grootste verlies in hun werken zullen lijden?’ Diegenen, wier streven gericht is op het leven dezer wereld en denken dat zij een bijzonder goed werk verrichten, dezen zijn het die de tekenen van hun Heer en de ontmoeting met Hem verwerpen. Derhalve zijn hun werken verloren gegaan en op de Dag der Verrijzenis zullen Wij geen weegschaal voor hen oprichten. De hel is hun beloning wegens hun ongeloof en de spot die zij met Mijn Tekenen en Mijn boodschappers bedreven. (18:100-107)
Belofte
Voorwaar, de gelovigen die goede werken doen, zullen de tuinen van het Paradijs tot onthaal hebben. Daarin zullen zij vertoeven en zij zullen niet wensen daaruit weg te gaan. Zeg: ‘Al ware de oceaan inkt voor de Woorden van mijn Heer, zo zou de oceaan zijn uitgeput eer de Woorden van mijn Heer ten einde komen - zelfs al zouden Wij er evenveel ter aanvulling toevoegen.’ Zeg: ‘Ik ben slechts een mens gelijk gij, doch mij wordt geopenbaard dat uw God slechts één God is. Laat daarom degene, die op de ontmoeting met zijn Heer hoopt, goede daden verrichten en bij de aanbidding van zijn Heer niemand anders met Hem vereenzelvigen.’ (18:108-111)
Gog en Magog keren niet terug
En voor een stad die Wij verdelgd hebben, is het een onherroepelijk gebod, dat het volk niet zal terugkeren. Zelfs wanneer Gog en Magog zullen worden losgelaten en zij komen aansnellen vanaf elke golf. (21:97-98)
Lees de achtergronden bij deze verzen in Opkomst en ondergang van de Kaukasische, voorheen christelijke volkeren Gog en Magog